Internationaal bankieren: Zo helder als troebel water

Drs. A.W.M. (Fons) Huijgens
Bankier zonder Bank

Inleiding
Ondernemingen die internationaal zakendoen komen uiteindelijk de zelfde (drie) vragen tegen: hoe krijg je het geld uit / naar het buitenland, hoe financier je de transacties en/of investeringen en hoe beperk je de risico’s. Banken hebben hiervoor een uitgebreid dienstenpakket. Maar let op: weet wat je wil, analyseer de eigen vraagstukken en concrete behoeften en neem niet meer producten af dan noodzakelijk. Het risico is anders groot dat uw marge op internationaal zakendoen niet bij u zelf maar uw bank terecht komt.

Welke bankproducten zijn er?
Kijk op de websites van internationaal opererende banken en je ontdekt een indrukwekkende lijst aan producten, diensten en vooral indrukwekkende termen. Vergeet het! In de kern zijn slechts drie kernproducten van belang:

  • Valutahandel
  • Betalingsverkeer
  • Kredietverlening

Valutahandel
Dankzij de invoering van de euro is voor veel (MKB-) ondernemers het vraagstuk van valutarisico vervallen. Dit risico speelt alleen nog voor ondernemingen die zakendoen met handelspartners buiten het eurogebied. Stel je in die situatie eerst de vraag: kan ik zaken doen in euro’s? Voordeel: je legt het valutarisico bij de tegenpartij. Is dit niet mogelijk, neem dan als uitganspunt: neem NOOIT valutarisico. Een ondernemer is geen handelaar in valuta, maar in zijn/haar producten. Sluit dus het valutarisico uit. Het grootste valutarisico zit verscholen in de tijdspanne tussen prijsopgave (offerte en uitlevering) en de feitelijke betaling. Voor alle reguliere valuta is het mogelijk betreffende valuta op termijn te kopen of te verkopen. Daardoor weet je direct de omwisselkoers op termijn en staat je eigen marge dus vast. Ga niet zelf speculeren. Een meevaller is leuk, maar het is wel heel zuur als een tegenvaller uw transactiewinst (meer dan) opslurpt. Overigens, als er gelegenheid is om tegengestelde transacties in gelijke buitenlandse valuta te sluiten (bijvoorbeeld in- en verkoop in USD) dan kan de termijnvalutatransactie uiteraard beperkt blijven tot de marge tussen beide geldstromen (immers: dat is uw risico).

Betalingsverkeer
Het belangrijkste product van banken voor internationaal zakendoen is betalingsverkeer. Kernvraag voor de onderneming: doe je zaken binnen of buiten het eurogebied. Europa is op weg naar een gezamenlijke betaalmarkt waar we overal op dezelfde manier kunnen betalen: de Single Euro Payments Area (SEPA). Per 1 februari 2014 geldt voor de gehele EU, aangevuld met Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Zwitserland en Monaco, dat betalingen nationaal en internationaal het zelfde plaatsvinden en tegen dezelfde tarifering. Vanaf dat moment is het, voor wat betreft betalingsverkeer, internationaal zakendoen met partners in deze landen exact gelijk aan zakendoen binnen Nederland. Banken en bedrijven zijn inmiddels druk bezig met de voorbereiding. Uw bank kan u begeleiden in de noodzakelijke acties die binnen uw rekeningadministratie gevraagd worden. Nadere informatie is te vinden op www.sepa.nl. Ten aanzien van het betalingsverkeer buiten het SEPA gebied verandert er op korte termijn nog niets.

Kredietverlening
Als gevolg van de kredietcrisis en de internationaal aangescherpte bankregels staat de kredietverlening onder druk. Risicobeoordeling en risicobeheersing staan centraal. Er zijn twee (hoofd-) kredietsoorten te onderscheiden: kredietbehoefte op middellange termijn uit hoofde van investeringen (in vastgoed, activa, overnames) en kredietbehoefte op korte termijn uit hoofde van de activiteiten, de transactie(s). In beide situaties zijn banken nog meer terughoudend met cross border financiering dan met binnenlandse financiering. De vraag die de onderneming zich vooraf kan stellen is: In welk land ligt de kredietbehoefte: Ligt de kredietbehoefte in het binnenland of in het buitenland. Twee voorbeelden om dit toe te lichten: De Nederlandse onderneming A heeft een dochteronderneming in Frankrijk en deze dochteronderneming heeft krediet nodig om háár debiteuren in Frankrijk voor te financieren.. De andere Nederlandse onderneming B levert zelf rechtstreeks aan klanten in Frankrijk en heeft krediet nodig om deze debiteuren te financieren. De kredietbehoefte van A ligt in Frankrijk, van onderneming B ligt deze in Nederland. Regel bij voorkeur de financiering in het land waar de kredietbehoefte ligt. In geval van bedrijf A dus in Frankrijk (dat kan desgewenst bij een lokale, Franse bank), in geval B ligt dat in Nederland en kan men zich tot de huisbankier wenden (die overigens aan de voorfinanciering van buitenlandse debiteuren meer voorwaarden stelt dan aan de voorfinanciering van Nederlandse debiteuren).
Voor de financiering van investeringen geldt de zelfde afweging. Koopt een Nederlands bedrijf de aandelen van een Italiaans bedrijf: dan ligt de kredietbehoefte in Nederland en financier je dat in Nederland. Investeert vervolgens het Italiaans bedrijf in een nieuwe machine: dan ligt de kredietbehoefte in Italië en kan men het best in Italië de financiering aanvragen.

Conclusie
Stel je zelf de juiste vragen bij internationaal vragen doen: loop ik valutarisico? Kan ik dat afwentelen? Kan ik het indekken? Ben ik voldoende voorbereid op SEPA? In welk land ligt de kredietbehoefte? Maak, voor u met de bank spreekt zelf (desgewenst met een onafhankelijk bancair specialist) een gedegen situatie- en behoefte analyse. Zo creëer je inzicht en minimaliseer je niet allen de risico’s, maar ook de bankkosten.

Print Friendly

Navigatie